Wat een cadeautje: het winterse weer zorgt deze dagen voor extra plezier op ons schoolplein. Tijdens de pauzes wordt er volop gespeeld in de sneeuw, en dat is niet alleen leuk, maar ook ontzettend leerzaam!
Spelen in de sneeuw betekent namelijk bewegen én leren tegelijk. Kinderen rennen door een dikke laag sneeuw, duwen, trekken en tillen. Dat is hard werken voor de spieren, en dat is maar goed ook: bewegen stimuleert de hersenactiviteit. Na zo’n actieve pauze keren kinderen vaak weer fris en geconcentreerd terug de klas in.
Daarnaast worden alle zintuigen geprikkeld. Sneeuw voelt koud aan, knispert onder je schoenen en smelt als je het even in je hand houdt. Zo ontdekken kinderen spelenderwijs wat kou doet en wat het verschil is tussen bevroren en smeltend water.
De sneeuw nodigt ook uit tot fantasie en creativiteit. Wat kun je allemaal maken? Een sneeuwpop, een iglo, een glijbaan? De ideeën ontstaan vanzelf zodra kinderen samen aan de slag gaan.
En dat samen spelen is minstens zo waardevol. Tijdens het bouwen of een sneeuwballengevecht is er volop sociale interactie: samenwerken, afspreken, lachen en soms ook een klein conflict oplossen. Ja, soms is een sneeuwbal harder dan bedoeld en komt die tegen iemand aan. Dat is niet leuk, maar ook dát hoort bij leren: rekening houden met elkaar en emoties herkennen.
Zelfs reken- en natuurkundige begrippen komen vanzelf voorbij. Wie kan het verst gooien? Welke sneeuwpop is het hoogst? En waarom blijft sneeuw liggen als het vriest, maar verdwijnt hij weer als de temperatuur stijgt? Begrippen als meten, vergelijken, vriezen en smelten krijgen zo betekenis in de praktijk.
Kortom: tijdens deze winterse pauzes is er volop gespeeld, geleerd en ontdekt. Code oranje voor het verkeer misschien, maar bij ons op school absoluut code groen voor sneeuwpret!

